donderdag 19 mei 2016

Op pelgrimstocht naar St Benedictus

Beste vrienden en volgers,

Sint Benedictus was een zoon van gegoede familie in Rome, die als jongeman besloot om rust te zoeken  in het ruige Sabijnse gebergte een veertig km van Rome. Hij leefde gedurende drie jaar als kluizenaar in een grot. Daarna  begon hij te preken tot de herders, en stichtte de orde van de Benedictijnen. Hun motto is ‘Ora et Labora’ , bid en werk.
Er dringen zich onvermijdellijk overeenkomsten op met Boeddha,  die de verlichting bereikte en iets moois deed voor de wereld. Op de plaats waar Benedictus in een grot verbleef, staat een oeroud klooster. Een beter woord is hangen, want het  is gebouwd tegen de steile rotswand in een donkere vallei.
We gaan op weg naar  het mooie stadje Subiaco, want daar in de buurt moet het klooster zich bevinden. De weg voert langs ruige heuvels met veilig op de toppen gebouwd  oude stadjes en dorpen. In de middeleeuwen moet het hier gevaarlijk reizen zijn geweest. Historiebewuste lezers zullen ook de Sabijnse maagdenroof oprakelen. Maar dat was in de oudheid.
Op een van die toppen ligt Sambuci, waar we bij de plaatselijke alimentari brood kopen voor de lunch. Hier is nog een dorpsleven van betekenis. Iedereen is op straat en babbelt met elkaar. De weinige turisti worden enigszins verbaasd aangestaard. Niet te openlijk, want dat is niet ‘ bella figura’.  Er is zelfs een vulautomaat voor het heldere bergwater, ter beschikking gesteld door de burgemeester van Sambuci. Prachtig ding, alleen komt er geen water uit.

 
Subiaco is nog weer een knollig stadje met een middeleeuwse brug en een borgo, een kasteel op de top van de heuvel. 

Voor de I-phone addicts een informatiebord waar je met de camera op je telefoon verbinding kan maken met de informatie. Leve de vooruitgang!



Het klooster van Benedictus (door hemzelf gesticht in de zesde eeuw) ligt inderdaad in een nauwe vallei even buiten Subiaco. Het is te bereiken door een heilzame steile klim vanaf het parkeerterrein. Buiten is een souvernir shop met een plechtige broeder achter de kassa, gelegenheid tot sanitaire stop en een ijzer om de zonden van je zolen te schrapen. Van je ziel schrappen moet je binnen laten doen. Hou je ziel onder je arm. Maar niet fotograferen. Ook niet zonder flits. Dit Benedictijnen gebod wordt algemeen aan de zolen gelapt, dus mag ik ook. Maar zonder flits, want de freco’s zijn gevoelig. Hoewel, de hele boel is hier gebombardeerd door de Amerikanen.  Het metselwerk buiten ziet er erg nieuw uit.

Hier een mooie 'temptation by the devil'. De duivel trekt aan de pij van Benedictus.
 
 
 

 
Het klooster zelf is prive voor de monniken, maar de kerk is te bezichtigen. Of liever kerken.  Er is een bovenkerk, met daaonder een oudere onderkerk, en daaronder nog oudere kapellen. Hoe dieper je komt, hoe ouder de konstructie, en hoe meer kale bergwand je ziet. De prachtige fresco’s beginnen in de viertiende eeuw in de chiesa superior, en worden steeds ouder en vager.


De grot waar Benedictus verbleef is er nog. Benedictus zit er ook nog, in marmer.  Een stoet oosterlingen dromt het kleine kapelletje in. Het blijken katholieken te zijn uit Korea of omtrent, want ze bidden gezamelijk een onze-vader in een vreemde taal. Verder ook veel nonnen uit Italië. Voor hun een uitje denkelijk.

De lambrisering is van kostbaar groen marmer, maar dat is genicked uit de villa van Nero, waarvan we ruines onderweg zagen liggen. Maar goed, alle mooie pilaren uit oude kerken in Italie zijn ‘gerecycled’.
 

Beneden in het dal staat nog een tweede Benedictijnenklooster. We slippen achter een bus Duitsers naar binnen en kunnen ook daar nog even rondkijken. Er is ook een kraan met bronwater, waar we alsnog onze flessen kunnen vullen. Is het water gewijd? Vast wel op zo’n plek.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten