Sint Benedictus was een zoon van gegoede familie in Rome, die als
jongeman besloot om rust te zoeken in het
ruige Sabijnse gebergte een veertig km van Rome. Hij leefde gedurende drie jaar
als kluizenaar in een grot. Daarna begon
hij te preken tot de herders, en stichtte de orde van de Benedictijnen. Hun
motto is ‘Ora et Labora’ , bid en werk.
Er dringen zich onvermijdellijk overeenkomsten op met
Boeddha, die de verlichting bereikte en
iets moois deed voor de wereld. Op de plaats waar Benedictus in een grot
verbleef, staat een oeroud klooster. Een beter woord is hangen, want het is gebouwd tegen de steile rotswand in een
donkere vallei.
We gaan op weg naar het
mooie stadje Subiaco, want daar in de buurt moet het klooster zich bevinden. De
weg voert langs ruige heuvels met veilig op de toppen gebouwd oude stadjes en dorpen. In de middeleeuwen moet
het hier gevaarlijk reizen zijn geweest. Historiebewuste lezers zullen ook de Sabijnse maagdenroof oprakelen. Maar dat was in de oudheid.
Op een van die toppen ligt Sambuci, waar we bij de
plaatselijke alimentari brood kopen voor de lunch. Hier is nog een dorpsleven
van betekenis. Iedereen is op straat en babbelt met elkaar. De weinige turisti
worden enigszins verbaasd aangestaard. Niet te openlijk, want dat is niet ‘
bella figura’. Er is zelfs een
vulautomaat voor het heldere bergwater, ter beschikking gesteld door de burgemeester
van Sambuci. Prachtig ding, alleen komt er geen water uit.
Subiaco is nog weer een knollig stadje met een middeleeuwse
brug en een borgo, een kasteel op de top van de heuvel.
Voor de I-phone addicts een informatiebord waar je met de camera op je telefoon verbinding kan maken met de informatie. Leve de vooruitgang!
Het klooster van Benedictus (door hemzelf gesticht in de
zesde eeuw) ligt inderdaad in een nauwe vallei even buiten Subiaco. Het is te
bereiken door een heilzame steile klim vanaf het parkeerterrein. Buiten is een
souvernir shop met een plechtige broeder achter de kassa, gelegenheid tot
sanitaire stop en een ijzer om de zonden van je zolen te schrapen. Van je ziel
schrappen moet je binnen laten doen. Hou je ziel onder je arm. Maar niet
fotograferen. Ook niet zonder flits. Dit Benedictijnen gebod wordt algemeen aan
de zolen gelapt, dus mag ik ook. Maar zonder flits, want de freco’s zijn
gevoelig. Hoewel, de hele boel is hier gebombardeerd door de Amerikanen. Het metselwerk buiten ziet er erg nieuw uit.
Hier een mooie 'temptation by the devil'. De duivel trekt aan de pij van Benedictus.
Hier een mooie 'temptation by the devil'. De duivel trekt aan de pij van Benedictus.
De grot waar Benedictus verbleef is er nog. Benedictus zit
er ook nog, in marmer. Een stoet
oosterlingen dromt het kleine kapelletje in. Het blijken katholieken te zijn
uit Korea of omtrent, want ze bidden gezamelijk een onze-vader in een vreemde
taal. Verder ook veel nonnen uit Italië. Voor hun een uitje denkelijk.
De lambrisering is van kostbaar groen marmer, maar dat is
genicked uit de villa van Nero, waarvan we ruines onderweg zagen liggen. Maar
goed, alle mooie pilaren uit oude kerken in Italie zijn ‘gerecycled’.
Beneden in het dal staat nog een tweede
Benedictijnenklooster. We slippen achter een bus Duitsers naar binnen en kunnen
ook daar nog even rondkijken. Er is ook een kraan met bronwater, waar we alsnog
onze flessen kunnen vullen. Is het water gewijd? Vast wel op zo’n plek.









Geen opmerkingen:
Een reactie posten