zondag 22 mei 2016

Weer naar huis

Beste vrienden en volgers,

Na een laatste kop lekkere cappuchino van Federico gaan we nog even kijken bij de haven van Fiumincino. Daar doen we wat veel Italianen doen op een heerlijke zondagochtend als deze. Een beetje flaneren over de kade, een beetje kijken bij de honderden hengelaars, en de netten inspecteren die liggen te drogen naast de vissersboten. Daarna nog een kijkje nemen op het strand, waar de Lido’s al in vol bedrijf zijn. Er is altijd een stekkie waar je vrij het strand op mag. Even met de voeten in de het warme zand. Straks gaan de wandelaars en de hengelaars de terassen op om de zondagmiddag Pranzo te nuttigen. Maar dan zitten wij al in het toestel naar Amsterdam met hooguit een broodje.
 



Beste vrienden, bedankt weer voor het volgen van mijn blog. Tot de volgende keer!

zaterdag 21 mei 2016

Een tijdreisje naar Ostia Antica


Fiumincino is gemakkelijk te vinden in het grote bord spaghetti van wegen rond Rome. Je hoeft alleen de borden Aeroporto Fiumincino te volgen, en op het laatst niet het Airport op te gaan, maar het stadje in. Overigens heet het vliegveld officieel  ‘Leonardo da Vinci’. We zijn gelogeerd in Villa Rosita, een gezellig kleinschalig geval waar we uiterst  vriendelijk worden ontvangen door onze host Federico. We zijn niet bepaald in de aap gelogeerd.
Direct naast de villa zijn de velden van FC Fiumincino, waar we de vrijdagavond-trainingen kunnen volgen vanuit de kantine annex pizzeria. We bestellen lekkere pizza’s met daarbij  een vino di casa. De fles witte Vermentino uit Sardinie die zonder aplomp op tafel wordt gezet is evenwel erg lekker. Bella Italia!
We ontbijten in de keuken van Federico met verse toast en lekkere capucchino. Een paar minuten met de Panda en we zijn bij de Area Archeologica Ostia Antica. Ostia was de havenstad van het Rome van de oudheid. Hier kwamen de graanschepen uit de wingewesten (o.a. Sicilie) aan om het volk van Rome te voorzien van brood. Voor de spelen zullen er vast ook leeuwen en andere exotische beesten zijn aangevoerd. Pane et Circenses.
 
Bij de Porta Romana kom je de stad in met langs de Via Decumano Massimo.  Je zien nog steeds de uitgesleten karresporen in het plaveisel. Langs de weg de necropolis met grafmonumenten, die daar speciaal waren gebouwd om de status van de eigenaren tentoon te spreiden. En ruimte voor de urnen / sarcofagen, al naar gelang levensovertuiging / dikte van de geldbuidel.

 
 
Even verderop liggen de Termen (badhuis) van Neptunus, met prachtige mozaieken. Het is eigenlijk zonde om die zo in weer en wind te laten liggen. De mozaieken zijn ook de grote zorg van de conservator. Die van Neptunus mag  je absoluut niet op lopen. Maar er ligt zoveel mozaiek,dat je af en toe wel moet als je ergens langs wil. Als op eieren dan maar.
 
Ostia was vrij groot – 100.000 inwoners – en had vele badhuizen. Voor de rijken (Terme di  Nettuno) maar ook voor de middenklasse, de arbeiders en soldaten. Deze laatsen  functioneerden als politie en brandweer. Ze werden geleend van een legioen uit Rome en er kwam bij toerbeurt een contigent aantreden. Ze hadden een eigen kazerne. Omdat de huizen van binnen veel hout bevatten en de verlichting middels olielampen geschiedde, was een brandweerkorps  wel nuttig. Gelukkig was er water in overvloed, aangevoerd door twee aquaducten. Vooral voor de baden, maar ook voor bluswater. Van die aquaducten is niets meer over. Geen nood, kijk maar eens op een 5-euro briefje.


Voor zo’n grote stad was een bakkerij natuurlijk essentieel. In Ostia werd ook brood gebakken voor Rome. Hier zien we de professionele maalderij, met maalstenen van vulcanische steen. 


Even verderop is het theater. Bij gebrek aan ander vermaak waren de Romeinen verzot op theater. Elke Romeinse stad had ook een amphitheater voor gladiotorengevechten en wilde beestenspektakels. Hier echter niet. Niet opgegraven of nog niet gevonden? Wie het weet mag het zeggen.
In het Museo staaan  de marmeren beelden die hier zijn gevonden en nog in toonbare staat zijn. Een kleine maar verbluffende collectie.
 
 

Stel je voor dat de inwoners van het toenmalige Ostia ons door hun stad zouden hebben kunnen zien lopen. Hoe zouden ze ons zien? Rare lange mensen die de hele tijd op hun schrijftabletje lopen te kijken, en er de hele tijd met hun vingers overheen vegen.  En een soort papyrusrollen raadplegen. Niet echte rollen, maar in stukken geneden en op elkaar gebonden. Iedereen kan lezen blijkbaar. Zwarte oogkleppen op en de vrouwen op vreemde steltschoenen. Maar voor de rest net gewone Romeinen. Of liever Ostianen.

Na een hele dag sjouwen door de zon hebben we het end in de bek. Maar we weten niet van opgeven. Want vlakbij is nog een opgraving. Die is bijna nooit open, behalve toevallig vandaag. De Portus van Claudius en Trajanus.
 
De rivier de Tiber voerde zoveel slib mee, dat Ostia als haven in de loop van de tijd onbruikbaar werd. Daarom liet Keizer Claudius even ten noorden van Ostia een nieuwe haven bouwen. Met uitgebreide pakhuizen voor de opslag van de aanvoerde goederen. Trajanus bouwde er nog een zeskantige binnenhaven aan vast. Tegenwoordig  ligt alles kilometers landinwaarts.

Trajanus

      
 
Na een vermoeiende dag is het op de veranda van Villa Rosita goed uitrusten met een pittige esspresso en Wifi voor het blog. Morgen weer richting Amsterdam. Jammer genoeg.

 

vrijdag 20 mei 2016

Een ritje langs de Castelli Romani


 Beste vrienden en volgers,
Castelli Romani is de naam van de streek ten zuidwesten van Rome. In ruigere tijden waren de stadjes geforitificeerd, vandaar de naam. Nog vroeger was hier vulcanische activiteit en de Colli Albani zijn in feite de resten van een enorme krater. Er zijn ook nog twee bijkraters, die nu twee leuke ronde meertjes vormen, lago Albani en lago Nemi. De kraterranden zijn natuurlijk fantastisch om sterkten op te bouwen. Het is hierboven een stuk koeler als in Rome, vandaar dat sinds de oudheid de Romenaren de zomer hier doorbrachten.
 
 
Bij het Belvedere Giovanni  XXIII in Castelgandalfo kan je prachtig uitkijken over de vlakten tot aan zee. De heuvels zijn begroeid met stokoude Pini di Roma. Hier is ook het zomerverblijf van de paus. In het Vaticaan is het ook heet ‘ s zomers.




Het plaatsje Albano Laziale ligt aan lago Albani, en is gebouwd op de kraterrand. De vele restaurantjes kijken romantisch uit over het water. Verder is er een grote toegangspoort uit de tijd dat hier een Romeins legioen was gelegerd, en een leuk kerkje Santa Maria de la Rotunda, dan een overblijfsel is van een deel van de villa van keizer Domitianus.   


Het plaatsje Nemi is het centrum van de aarbeienteelt. Maar ook weer een kratermeer en een beeldig beeld van Diana op jacht.



We nemen ook nog een kijkje in Rocca di Papa, met een binnenstad als een molshoop. Dan rijden we via Grottaferrata naar het mondaine Frascati. Er zijn vele prettig ogende stadsvilla te bezichtigen. Bij het Belvedere kan je Rome zien ligen, en als je goed kijkt, zie je de koepel van de St Pieter in de verte.
 


We hebben een hotelletje geboekt in Fiumicino, dat is vlakbij Ostia Antica dat we morgen gaan bezoeken. Ostia Antica was de haven van het antieke Rome, en Fiumicino heeft ook een visserhaven.


Het lijk wel een beetje op IJmuiden, uit de tijd dat de Velsertunnel er nog niet was en je met de pont  het Noordzeekanaal moest oversteken. Aan de kade kon je bij de winkel voor scheepsvictualien scheepsbeschuit kopen. Ik denk dat we het vanavond met een pizzaatje gaan doen.

 

donderdag 19 mei 2016

Op pelgrimstocht naar St Benedictus

Beste vrienden en volgers,

Sint Benedictus was een zoon van gegoede familie in Rome, die als jongeman besloot om rust te zoeken  in het ruige Sabijnse gebergte een veertig km van Rome. Hij leefde gedurende drie jaar als kluizenaar in een grot. Daarna  begon hij te preken tot de herders, en stichtte de orde van de Benedictijnen. Hun motto is ‘Ora et Labora’ , bid en werk.
Er dringen zich onvermijdellijk overeenkomsten op met Boeddha,  die de verlichting bereikte en iets moois deed voor de wereld. Op de plaats waar Benedictus in een grot verbleef, staat een oeroud klooster. Een beter woord is hangen, want het  is gebouwd tegen de steile rotswand in een donkere vallei.
We gaan op weg naar  het mooie stadje Subiaco, want daar in de buurt moet het klooster zich bevinden. De weg voert langs ruige heuvels met veilig op de toppen gebouwd  oude stadjes en dorpen. In de middeleeuwen moet het hier gevaarlijk reizen zijn geweest. Historiebewuste lezers zullen ook de Sabijnse maagdenroof oprakelen. Maar dat was in de oudheid.
Op een van die toppen ligt Sambuci, waar we bij de plaatselijke alimentari brood kopen voor de lunch. Hier is nog een dorpsleven van betekenis. Iedereen is op straat en babbelt met elkaar. De weinige turisti worden enigszins verbaasd aangestaard. Niet te openlijk, want dat is niet ‘ bella figura’.  Er is zelfs een vulautomaat voor het heldere bergwater, ter beschikking gesteld door de burgemeester van Sambuci. Prachtig ding, alleen komt er geen water uit.

 
Subiaco is nog weer een knollig stadje met een middeleeuwse brug en een borgo, een kasteel op de top van de heuvel. 

Voor de I-phone addicts een informatiebord waar je met de camera op je telefoon verbinding kan maken met de informatie. Leve de vooruitgang!



Het klooster van Benedictus (door hemzelf gesticht in de zesde eeuw) ligt inderdaad in een nauwe vallei even buiten Subiaco. Het is te bereiken door een heilzame steile klim vanaf het parkeerterrein. Buiten is een souvernir shop met een plechtige broeder achter de kassa, gelegenheid tot sanitaire stop en een ijzer om de zonden van je zolen te schrapen. Van je ziel schrappen moet je binnen laten doen. Hou je ziel onder je arm. Maar niet fotograferen. Ook niet zonder flits. Dit Benedictijnen gebod wordt algemeen aan de zolen gelapt, dus mag ik ook. Maar zonder flits, want de freco’s zijn gevoelig. Hoewel, de hele boel is hier gebombardeerd door de Amerikanen.  Het metselwerk buiten ziet er erg nieuw uit.

Hier een mooie 'temptation by the devil'. De duivel trekt aan de pij van Benedictus.
 
 
 

 
Het klooster zelf is prive voor de monniken, maar de kerk is te bezichtigen. Of liever kerken.  Er is een bovenkerk, met daaonder een oudere onderkerk, en daaronder nog oudere kapellen. Hoe dieper je komt, hoe ouder de konstructie, en hoe meer kale bergwand je ziet. De prachtige fresco’s beginnen in de viertiende eeuw in de chiesa superior, en worden steeds ouder en vager.


De grot waar Benedictus verbleef is er nog. Benedictus zit er ook nog, in marmer.  Een stoet oosterlingen dromt het kleine kapelletje in. Het blijken katholieken te zijn uit Korea of omtrent, want ze bidden gezamelijk een onze-vader in een vreemde taal. Verder ook veel nonnen uit Italië. Voor hun een uitje denkelijk.

De lambrisering is van kostbaar groen marmer, maar dat is genicked uit de villa van Nero, waarvan we ruines onderweg zagen liggen. Maar goed, alle mooie pilaren uit oude kerken in Italie zijn ‘gerecycled’.
 

Beneden in het dal staat nog een tweede Benedictijnenklooster. We slippen achter een bus Duitsers naar binnen en kunnen ook daar nog even rondkijken. Er is ook een kraan met bronwater, waar we alsnog onze flessen kunnen vullen. Is het water gewijd? Vast wel op zo’n plek.

 

De tuinen van Bomarzo en Villa Lante

Beste vrienden en volgers,

We hebben het druk vandaag, want we hebben weer twee prachtige tuinen in het vooruitzicht. Ze liggen bij Viterbo, dat is een honderd kilometer noordelijk  in de richting van Firenze.  We roetschen er over de Autostrada snel heen. De laatste kilometers is het hotsebotsen over smalle weggetjes met veel kuilen.
Het Parco dei Mostri de Bomarzo is een hele speciale tuin. De opdrachtgever was  Pier Francesco Orsini die in het plaatsje Bomarzo woonde, en de ontwerper  was weer de ons bekende Pirro Ligorio. Het parco  is een beeldentuin met veelal gigantische beelden, uitgehouwen in de plaatselijke steen. Overal zitten filosofische gedachten en opzetjes achter, zodat een wandeling door het parco een soort meditatie wordt.  De Italiaanse inteligentia is al tijden bezig om alles te duiden. Maar dat gaat nooit helemaal lukken.  


 
 
De tuin is in de jaren dertig van de vorige eeuw teruggevonden, kompleet overwoekerd door bos. Er was verbazing over de vondst. Een slapende beeldentuin uit de zestiende eeuw vind je niet elke dag.  De werken zijn liefdevol gerestaureerd, en het bos is wat uitgedund. De geheimzinnige sfeer vind je terug in de benaming: Sacra Bosca. De schilders Willink en Dali kenden de tuin ook en zijn ongetwijfeld erdoor geinspireerd.
In de reisgidsen vind je de wat vreemde vertaling ‘ tuin van monsters’ . Mijn Italiaans is slecht, maar mostri betekent natuurlijk geen monsters, maar iets wat tentoon gesteld staat. Hoewel sommige beelden wel groot en eng zijn.


 
Veel  beelden zijn geannoteerd met inscripties en spreuken. Dat helpt natuurlijk met duiden. Maar na eeuwen  van  verwaarlozing en verwering zijn veel letters verloren gegaan.  Speciaal voor de bezoekers zijn de ondiepe bemoste krassen met rode verf verduidelijkt, zodat je het kan lezen. Gesteld dat je thuis bent in zestiende eeuws Italiaans.


Villa Lante ligt pal naast het centrum van het oude plaatsje Bagnaia. Hier resideerde kardinaal Gambara. De tuin is wat bescheidener van afmeting dan Villa d’ Este, maar weer zeer elegant met mooie waterpartijen.
 
De entree is groots met een Pegasusfontijn met het gevleugelde paard  omringd door cherubijnen met vlindervleugels.  Het paleis (de Villa) is geheel geintregreerd in het tuinontwerp in de vorm van twee paviljoens. Van binnen prachtige fresco's (met grotesk).
 
 
Weer thuis in Villa Adriana worden we in de Pizzeria-restaurante  vergast op het grootste bord spagetthi cabonara dat ik ooit gezien heb. 

 

woensdag 18 mei 2016

Villa d’ Este – I Lov’ it


Beste vrienden en volgers,
Nog even een nakomertje van gisteren
Kardinaal Ippolito II d’Este had het goed met zichzelf voor. Afkomstig van het aloude en roemruchte geslacht Este uit Ferrara, vestigde hij zich in Tivoli. Om een beetje op stand  te wonen kocht hij een oud Benedictijnenklooster in Tivoli en gaf Pirro Ligorio opdracht voor het aanleggen van een giardino dei miracoli. Deze Ligorio maakte handig gebruik van het stijle stuk grond naast de villa en toverde het om in een tuin vol terrassen, vijvers, watervallen en vooral veel fonteinen.




De waterpartijen worden gevoed door het riviertje de Aniene. Ja, dezelfde als een paar afleveringen geleden. Villa Gregoriana ligt eventjes stroomafwaarts. Vanaf de Romeinse tijd was Tivoli al een geliefd oord voor het bezitten van een  luxe villa. Het wandelen door de tuin geeft als je als vanzelf een geexalteerd gevoel. Wat een pracht allemaal.

 
 
 


Je kan de villa ook van binnen bekijken. Wat opvalt zijn de vele fresco’s in de grotesk stijl, die in de late Renaissance in de mode was. Satertjes, en vele spitse tierelantijntjes. Helaas geen mooie foto, want je mag nergens flitsen.
 



Halverwege onze zalige rondgang door de tuin begint koning Pluvius weer pesterig  te hemelwateren, maar dit kan alleen maar bijdragen aan het waterfestijn. De late zon schijnt door de fijne sluiers van waterdruppeltjes,  en een nieuw fontijn voegt zich bij het hemelse koor.

Een pukkeltje op de horizon. Kan het de St Pieter zijn? Niet onmogelijk.
 

 

dinsdag 17 mei 2016

Villa Adriana en andere avonturen


Beste vrienden en volgers,
Vandaag staan op ons programma de ville Adriana en Villa d’Este. De eerste is een thuiswedstrijdje, de tweede bevindt zich ietsje verderop in Tivoli.
Keizer Hadrianus regeerde begin tweede eeuw na Christus over het grote Romeinse rijk. Behalve heerslustig was hij ook reislustig. Hij heeft veel plaatsen in Europa, Noord-Africa en Klein-Azië  bezocht.  Wie kent niet de beroemde Hadrian’ s Wall in Noord Engeland?  Weer thuis in Lazio liet hij zijn villa/landgoed verfraaien en uitbreiden aan de hand van wat hij allemaal op reis had gezien. Zo veranderde in de loop van de tijd de oorspronkelijke strenge eenvoudige villa uit de tijd van de republiek in een uitgebreid complex van paleizen, bibliotheken, badhuizen, tempels,  zuilengalerijen  en tuinen. Een waar lusthof.
 
De pracht en praal moet inderdtijd geweldig zijn geweest. Alles bij elkaar zo’n 120 hectaren. Hier de maquette, met rondom een gedisciplineerde en leergierige, doch ook vrij luidruchtige meute schoolplichtigen.
 
Ook nu nog zijn de ruines indrukwekkend, en de tuinen zijn heerlijk om in te wandelen. Er groeien kneppelige olijfbomen en in het struweel zingen de nachtegalen. En veel van de marmerenbeelden zijn opgedregd uit de vijvers en zo mogelijk weer toonbaar gemaakt.


Hier de mozaiekvloeren van het gasten verblijf. Niet zo prachtig als in het paleis, maar toch smaakvol. En ... bewaard gebleven. Let op  de eenvoudigere randen. Daar stonden bedden op.
 

Hier een stukje van de Pecile. De vergane zuilen zijn vervangen door struiken.
 
Twee villa’s op één dag bekijken is goed te doen maar zo’n grote als Villa Adriana kost wat meer tijd. Als we tegen tweeën wegrijden van het parkeerterrein, rammelt er wat aan de Panda. Het is niet de achterklep, of een zijdeur of een losse spiegel. Het is dus de linker voorband. Hij is lek. Er zit een schroef in. Helaas in de zijkant. Het lijkt erop dat iemand de band heeft gemold.


Daar sta je dan. Gelukkig is er een thuiskomer aan boord, die we er  vlotjes op kunnen zetten. Dan de verhuurmaatschappij bellen om raad. De beste mogelijkheid is om de Panda om te ruilen op het vliegveld  van Ciampino. Dus tuffen we met max 80 over de Tangentiale Ouest rond Rome richting vliegveld. Op Ciampino mogen we  een nieuwe Fiat in ontvangst nemen. Wel na het nodige formulierwerk, heen en  weer gebel en gedoe. Maar tegen vijf uur tuffen we weer richting Tivoli. Eind goed al goed. De tuinen van villa d’Este sluiten pas om kwart voor acht. Maar daarover lezen jullie morgen.