zaterdag 21 mei 2016

Een tijdreisje naar Ostia Antica


Fiumincino is gemakkelijk te vinden in het grote bord spaghetti van wegen rond Rome. Je hoeft alleen de borden Aeroporto Fiumincino te volgen, en op het laatst niet het Airport op te gaan, maar het stadje in. Overigens heet het vliegveld officieel  ‘Leonardo da Vinci’. We zijn gelogeerd in Villa Rosita, een gezellig kleinschalig geval waar we uiterst  vriendelijk worden ontvangen door onze host Federico. We zijn niet bepaald in de aap gelogeerd.
Direct naast de villa zijn de velden van FC Fiumincino, waar we de vrijdagavond-trainingen kunnen volgen vanuit de kantine annex pizzeria. We bestellen lekkere pizza’s met daarbij  een vino di casa. De fles witte Vermentino uit Sardinie die zonder aplomp op tafel wordt gezet is evenwel erg lekker. Bella Italia!
We ontbijten in de keuken van Federico met verse toast en lekkere capucchino. Een paar minuten met de Panda en we zijn bij de Area Archeologica Ostia Antica. Ostia was de havenstad van het Rome van de oudheid. Hier kwamen de graanschepen uit de wingewesten (o.a. Sicilie) aan om het volk van Rome te voorzien van brood. Voor de spelen zullen er vast ook leeuwen en andere exotische beesten zijn aangevoerd. Pane et Circenses.
 
Bij de Porta Romana kom je de stad in met langs de Via Decumano Massimo.  Je zien nog steeds de uitgesleten karresporen in het plaveisel. Langs de weg de necropolis met grafmonumenten, die daar speciaal waren gebouwd om de status van de eigenaren tentoon te spreiden. En ruimte voor de urnen / sarcofagen, al naar gelang levensovertuiging / dikte van de geldbuidel.

 
 
Even verderop liggen de Termen (badhuis) van Neptunus, met prachtige mozaieken. Het is eigenlijk zonde om die zo in weer en wind te laten liggen. De mozaieken zijn ook de grote zorg van de conservator. Die van Neptunus mag  je absoluut niet op lopen. Maar er ligt zoveel mozaiek,dat je af en toe wel moet als je ergens langs wil. Als op eieren dan maar.
 
Ostia was vrij groot – 100.000 inwoners – en had vele badhuizen. Voor de rijken (Terme di  Nettuno) maar ook voor de middenklasse, de arbeiders en soldaten. Deze laatsen  functioneerden als politie en brandweer. Ze werden geleend van een legioen uit Rome en er kwam bij toerbeurt een contigent aantreden. Ze hadden een eigen kazerne. Omdat de huizen van binnen veel hout bevatten en de verlichting middels olielampen geschiedde, was een brandweerkorps  wel nuttig. Gelukkig was er water in overvloed, aangevoerd door twee aquaducten. Vooral voor de baden, maar ook voor bluswater. Van die aquaducten is niets meer over. Geen nood, kijk maar eens op een 5-euro briefje.


Voor zo’n grote stad was een bakkerij natuurlijk essentieel. In Ostia werd ook brood gebakken voor Rome. Hier zien we de professionele maalderij, met maalstenen van vulcanische steen. 


Even verderop is het theater. Bij gebrek aan ander vermaak waren de Romeinen verzot op theater. Elke Romeinse stad had ook een amphitheater voor gladiotorengevechten en wilde beestenspektakels. Hier echter niet. Niet opgegraven of nog niet gevonden? Wie het weet mag het zeggen.
In het Museo staaan  de marmeren beelden die hier zijn gevonden en nog in toonbare staat zijn. Een kleine maar verbluffende collectie.
 
 

Stel je voor dat de inwoners van het toenmalige Ostia ons door hun stad zouden hebben kunnen zien lopen. Hoe zouden ze ons zien? Rare lange mensen die de hele tijd op hun schrijftabletje lopen te kijken, en er de hele tijd met hun vingers overheen vegen.  En een soort papyrusrollen raadplegen. Niet echte rollen, maar in stukken geneden en op elkaar gebonden. Iedereen kan lezen blijkbaar. Zwarte oogkleppen op en de vrouwen op vreemde steltschoenen. Maar voor de rest net gewone Romeinen. Of liever Ostianen.

Na een hele dag sjouwen door de zon hebben we het end in de bek. Maar we weten niet van opgeven. Want vlakbij is nog een opgraving. Die is bijna nooit open, behalve toevallig vandaag. De Portus van Claudius en Trajanus.
 
De rivier de Tiber voerde zoveel slib mee, dat Ostia als haven in de loop van de tijd onbruikbaar werd. Daarom liet Keizer Claudius even ten noorden van Ostia een nieuwe haven bouwen. Met uitgebreide pakhuizen voor de opslag van de aanvoerde goederen. Trajanus bouwde er nog een zeskantige binnenhaven aan vast. Tegenwoordig  ligt alles kilometers landinwaarts.

Trajanus

      
 
Na een vermoeiende dag is het op de veranda van Villa Rosita goed uitrusten met een pittige esspresso en Wifi voor het blog. Morgen weer richting Amsterdam. Jammer genoeg.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten